ANaarZ





LESTEKST India en Indiase filosofie, les 1

Het Begin: het lied van de oorsprong (RV 10.129)


Er was geen zijn, noch niet-zijn;
Geen lucht, noch hemel daarboven.
Was er beweging? Waarheen dan? En vanwaar?
Waren er al wateren en afgronden misschien?
Er was geen dood, noch onsterfelijkheid.
Niets leek op dag, of nacht.
Het Ene ademde, kalm, vanuit zichzelf.
Niets dan dat.
(...) 

Toen ontstond verlangen, het eerste zaad van de geest.
Hier werd het verband tussen zijn en niet-zijn ontdekt
Door de Oude Wijzen die zochten in hun hart.
Wie kent het? Wie kan het verklaren?
Hoe is het ontstaan? Wie creëerde dit alles?
Verschenen toen pas de goden?
(...) Hij die verblijft in de hoogste hemel,
Hij weet het, of misschien ook niet.


Vertaling van Purushasukta (RV 10.90)


Het eerste offer

[…] 6 Toen de goden het offer bereidden met de Man als offer, was boter de lente, het brandhout de zomer, dankzegging de herfst.
7. Ze zalfden de Man, het offer in het begin geboren, op het heilige gras. Met hem offerden de goden, de Sādhyas en de wijzen.
8. Vanuit dat offer waarin alles wordt geofferd, werd het gesmolten vet opgevangen en hij maakte het tot de beesten die leven in lucht, woud en in de dorpen.
9. Vanuit dat offer waarin alles wordt geofferd, werden de verzen en liederen geboren, het metrum werd geboren en de spreuken.
10 Paarden werden geboren en alle dieren met twee rijen tanden. Koeien werden geboren en geiten en schapen.
11. Toen zij de Man opdeelden, in hoeveel delen deden zij dat? Hoe noemden zij zijn mond, zijn twee armen, zijn dijen en zijn voeten?
12. Zijn mond werd de Brahmaan, zijn armen de Krijger, zijn dijen de Mensen en uit zijn voeten werden de Dienaren geboren.
13 Uit zijn geest werd de maan geboren, uit zijn oog de zon. Indra en Agni kwamen uit zijn mond en uit zijn adem werd de Wind geboren.
14 Vanuit zijn navel ontstond het midden van Ruimte, vanuit zijn hoofd ontstond de lucht. Uit zijn voeten de aarde en de windstreken uit zijn oor. Zo ordenden zij de wereld.
15 Zeven maattakken en drie keer zeven brandtakken lagen klaar voor hem, toen de goden, het offer bereidend, de Man bonden als het offerbeest.
16. Met het offer offerden de goden aan het offer. Dit waren de eerste rituele wetten. Deze krachten bereikten het dak van de hemel, waar de oude goden zwerven.


RV 10.129 is, na bestudering van het origineel en een aantal vertalingen, geredigeerd en vertaald door pvh (Peter van Hooft), evenals RV 10.90, laatste voor het eerst vanuit:'The Rig Veda': An Anthology, 108 Hymns from the Sanskrit Selected, Translated and Annotated by Wendy Doniger O'Flaharty  (Harmondsworth: Penguin Classics, 1981).